De geschiedenis van ons gebouw

Religie was de basis

Van enige geestelijke verzorging op Bonaire blijkt niets, totdat de Nederlandse regering, de Staat derhalve, een predikant daartoe dwong. Eind 1841 werd aan ds. Arend I.K. Meyer bij ziujn benoeming tot predikant op Curacao bij Koninklijk Besluit de verplichting opgelegd Bonaire geregeld te boezoeken. In 1860 eerst is deze verplichting vervallen.

Na anderhalf jaar heeft ds. Meyer aan deze plicht voldaan en er op 2 juli 1843 “voor het eerst eene openbare leerrede voor de protestantsche bevolking uitgeproken”. Dit vond plaats in de woning van mevrouw de weduwe J.J. Debrot Bonaire telde in 1845 86 protestanten. Op 9 maart 1847 werd een kerkje geopend.

En toen was er behoefte aan een school

In 1848 besloot jhr. Isaak Joh. Rammel man Elsevier jr., waarnemend voor gezaghebber Rutgers H. Esser, die hij na enkele maanden definitief zou opvolgen, plotseling fl. 800,-- te voteren voor een landschooltje. Dit werd onder een protestantse onderwijzer gesteld; de man was tevens godsdienstonderwijzer: Willem F. Mein hardt. In 1848 arriveerde Mein hardt inderdaad en zijn school begon in 1849. Bij gouvernementsbeschikking van 30 april van dat jaar benoemd op een tractement van fl.200,-- per jaar, was Meinhardt de eerste onderwijzer van Bonaire.

De voorbereiding tot het brengen van onderwijs op Bonaire heeft nogal wat te wensen overgelaten. Gouverneur jhr. Isaac J. Rammel man Elsevier Jr. had namelijk vergeten voor een school te zorgen. In mei 1849 onstaat er een briefwisseling tussen de gezaghebber en de gouverneur.

En een schoolgebouw!

De gezaghebber schrijft aan de gouverneur a.i. dat er school noch woning voor Meinhardt is. Rammelman Elsevier toont zich een gemakkelijk bestuurder. Hij antwoordt wat dit aangaat “op de medewerking van de bewoners des ei lands te rekenen”. Eenvoudiger kan het niet.

De Bonairianen hebben evenwel voor een schooltje gezorgd. Wij vernemen, dat in hetzelfde jaar nog fl.300,--, zijnde de vrijdomssom van de landsslavin Aldersina (Janga), afgestaan wordt voor de bouw der landschool. Op 14 november 1850 kwam de school - het oude gebouwtje bij kerk en plantsoen - gereed. Het heeft fl.3254,55 gekost, waarvan fl.537,50 door particulieren werd gegeven. Van dit laatste kwam fl.292,- van Curaçao.

Oorspronkelijk met een tweede verdieping

Het gebouw heeft aanvankelijk een verdieping gehad die tot woning diende van de onderwijzer. Onder gezaghebber Herman F.G. Wagner (1859-1865) werd deze verdieping afgebroken.

Een royale betrekking had Meinhardt niet. En toen hij vroeg, of hij mocht declareren wat hij voor onderwijs aan particuliere kinderen nodig had, werd dit verzoek niet ingewilligd.

Zijn tractement werd later verhoogd tot fl.300,--, maar toen werd hem de verplichting opgelegd 15 leerlingen gratis onderricht te geven. Tot 1859 diende de bovenverdieping van de school tevens tot woning van Meinhardt. Daarna kreeg hij nog fl.15,-- per maand extra “als indemnisatie voor huishuur”. In genoemd jaar, toen het schooltje 52 leerlingen telde, werd het gebouwtje een weinig uitgebreid. Mein hardt kreeg toen elders een woning. In 1872 ging hij met pensioen.

Van protestantse tot openbare school

Het schooltje van Meinhardt was niet bijzonder in leerlingenaantal, maar de kwaliteit van der onderwijs schijnt op bijzonder hoog peil te hebben gestaan. Zelfs van Aruba werden enkele kinderen op Bonaire op school gestuurd.

De landsschool bleef bestaan tot 1915, toen de katholieke missie een jongensschool (St. Dominucusschool) opende onder leiding van de Fraters van Tilburg. Er waren feitelijk geen leerlingen (op een overwegend katholiek Bonaire) die haar bestaan billijkten.

De gunstige conjunctuur en de sindsdien gewijzigde onderwijswetgeving (gelijkstelling bijzonder en openbaar onderwijs) maakten het mogelijk naast de frater- en zusterscholen op Bonaire althans één openbare school te openen. Parallel met de vroegere openbaar onderwijs en protestantisme, is het de kerkeraad der Protestantse Gemeente Bonaire, die zich op 22 maart 1935 tot gouverneur Bartholomeus W.T. van Slobbe richtte om zijn medewerking te verkrijgen, niet om een bijzondere protestantse school op te richten, maar om een openbare school te openen.

En van school tot restaurant!

In het oude gebouwtje van de voormalige landsschool werd op 16 mei 1939 de openbare school, nu Prinses Beatrixschool, heropend. Er waren 16 leerlingen; hoofd was Jacob van Zijl, die in vier jaren dat hij op Bonaire werkte een maximum van 32 leerlingen bereikte.

In september 1951 werd de Prinses Beatrixschool ondergebracht in de voormalige Brian- Kazerne. In december 1953 telde school 64 leerlingen, met nog 10 leerlingen op de kleuterschool.

Vanaf 1951 werd het gebouw gebruikt als onderkomen voor verschillende gouvernementsdiensten, zoals Tijdschrijverij, tandarts, oogarts, kantoor Fundashon Cas Bonairiano, Eilandsvoorlinchtingdienst (EVD) en nu als restaurant.

Nog geen reacties